Geschiedenis
Hoe een monumentaal complex haar vitaliteit behoudt
"Over 25 jaar moet het er nog modern uitzien" aldus C.H. van der Leeuw, één van de firmanten van Van Nelle, in 1923 toen de opdracht voor het ontwerp van een nieuw fabriekscomplex werd verstrekt.
Die missie is zondermeer geslaagd. Anno nu oogt het Van Nelle-complex nog steeds verbazingwekkend modern. De architecten J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt geven in de periode 1925 tot 1928 vorm aan een fabriekscomplex dat bij uitstek een exponent zou worden van het 'Nieuwe Bouwen'. Opdrachtgever en architect waren bevriend en in meerdere opzichten gelijkgestemde geesten. Ook het gedachtegoed van het 'Nieuwe Bouwen' werd door beiden gedeeld. Het is daarom zeer aannemelijk dat de invloed van C.H. van der Leeuw op het uiteindelijke ontwerp substantieel is geweest.
Het begon in 1782 In 1782 vestigde Johannes van Nelle zich met zijn echtgenote Hendrica in Rotterdam. Aan de Leuvehaven begonnen zij een winkel in koffie, thee, tabak en snuif. Als Johannes in 1811 overlijdt, zet zijn weduwe de zaak voort. Amper twee jaar later komt ook Hendrica te overlijden. Samen met zijn zwager neemt zoon Johannes de zaak over en zo ontstond de naam die tot het eind van de 20-ste eeuw een begrip zou blijven: ‘De Erven de Wed. J. van Nelle' of in het kort 'De Weduwe'. Voor rokers van zware shag is ‘de zware van de Weduwe' een begrip.
Uit de jas gegroeid De winkel was intussen overigens ook overgegaan op handel in tabak. De onderneming groeide en op eigen plantages in Java werd de tabak geplant. Later werd de aanplant van koffie en thee er aan toegevoegd. De winkel aan de Leuvehaven in Rotterdam Centrum was intussen veranderd in een alsmaar uitbreidende fabriek waar de koffie werd gebrand, de tabak werd gesneden en de thee geprepareerd. Als er rond 1915 geen enkele mogelijkheid meer is om de fabriek bekend onder de naam De Rijzende Hoop uit te breiden, rijzen de plannen voor de nieuwbouw.
Lees verder
|